SOS-team 2 – ENO 1
Nipte nederlaag van SOS-team 2 tegen beste schakers aller tijden
Nooit was de naam van ons team toepasselijker. In de steek gelaten met een flauwe smoes door onze teamleider (die blijkbaar wist wat ons te wachten stond) namen wij toch welgemoed plaats tegenover onze tegenstanders met een gemiddelde rating die de onze met meer dan 200 punten oversteeg. Wij wisten toen nog niet dat ENO, ongetwijfeld uit vrees voor ons tot nog toe ongeslagen team, een aantal ware schaakgiganten had ingehuurd.
Helaas was Jacques al teleurgesteld uit het DWK gebouw verdwenen voor hij ons over het verloop van zijn partij kon informeren. Hoe had hij ook kunnen weten dat zijn tegenstander niemand minder was dan Magnus Carlsen, die in de traditie van Oudnoorse trollen een magische gedaanteverwisseling had ondergaan zodat hij zich voor een doorsnee Nijverdaller kon uitgegeven. Het was al in 1230 voorspeld door Snorri Sturluson in de Edda. Daar doe je niets aan, Jacques.

Rob schrok zich een hoedje toen zijn tegenstander niet de onschuldige jongeman bleek die hij voorgaf te zijn. Kort voor de partij begon hij “Blaise le savetier” te neuriën en Rob wist genoeg: tegenover hem zat François Philidor (tevens componist). Weliswaar had hij zijn pruik afgezet en zijn zwierige kostuum ingewisseld voor een vlotte moderne outfit, maar hij was het echt: de beste schaakspeler uit de 18e eeuw. Brutaal besloot Rob de naar zijn tegenstander genoemde opening te spelen. De kennis van zijn eigen opening bleek de afgelopen tweeëneenhalve eeuw toch wat roestig geworden, want Philidor maakte een fout in de beginfase, waarna Rob tot twee keer toe groot voordeel had kunnen krijgen. Laatstgenoemde meende echter met een geforceerde afruil van stukken een veilige remise stelling te krijgen (hij heeft teveel naar Gerrit gekeken). De stelling na afruil was inderdaad gelijk maar complex genoeg om de oude meester in staat te stellen Rob meedogenloos naar de guillotine te leiden.
Gerrit had er een hard hoofd in. HIj had gezien dat de rating van zijn tegenstander 378 punten hoger was dan de zijne. “Schandalig dat een zo sterk team bij ons wordt ingedeeld door de KNSB”, sprak hij. En dan besefte hij op dat moment nog niet eens dat het ratingverschil in werkelijkheid nog veel hoger was. Uit betrouwbare bronnen binnen de MIVD weten wij dat zijn tegenstander een kloon van Michail Botvinnik was, die door middel van Sovjet gentechnologie en een cursus Nederlands klaargestoomd was voor spionage binnen de Overijsselse schaakwereld. Gerrit deed wat hij het beste kan: spelen op remise. Hij ruilde alles af wat mogelijk was tot zijn opponent slechts nog een paard, hij een loper en beiden een stelletje pionnen over hadden. Helaas had al dat geruil wel tot enig positioneel nadeel geleid. Het dartel rondhuppelend paard was de aan de witte velden gebonden loper steeds te vlug af. Een niet te stoppen vrijpion bezegelde het lot van onze Gerrit.

René is onze meest taaie speler. Als je denkt dat je tegen hem gewonnen staat, pas dan op. Hij geeft niet gauw op, test zijn tegenstander tot het uiterste. Op zijn bord ontstond ook deze keer een taaie strijd in een grotendeels dichtgemetselde stelling. Soms stond zijn tegenstander iets beter en dan weer was René in het voordeel. Maar na de 30e zet bleek zijn opponent toch de taaiste van de twee en trok de partij met een doorbraak op de damevleugel definitief naar zich toe in nog zo’n 16 zetten. Maar hoe is dat mogelijk? Wie kan er taaier zijn dan René? Slechts één naam schiet ons te binnen: Emanuel Lasker, wereldkampioen van 1894 tot 1921. Omdat Lasker binnen het DWK gebouw zijn beruchte stinksigaren niet mocht opsteken had René enig voordeel, maar helaas was dit onvoldoende.
Ook Maarten trof het niet met zijn tegenstander: kenners zagen al snel dat het Bobby Fischer was, als vampier opgestaan uit zijn IJslandse graf en nu dorstend naar het bloed van onze voorzitter. Vechtend als een leeuw wist Maarten de stand tot de 19e zet gelijk te houden, maar daarna stapelde de geslepen Amerikaan geleidelijk voordeeltje op voordeeltje en gaf Maarten tenslotte de pijp aan zichzelf.
Het was overduidelijk dat de dame, die Harry tegenover zich vond, in werkelijkheid Judith Polgar was, de beste schaakster aller tijden. Zij had niet eens de moeite genomen om zich goed te vermommen. Maar niet onder de indruk bond Harry onverschrokken de strijd aan. Zoals in de lijn der verwachting lag bouwde de Hongaarse grootmeesteres in de opening een groot voordeel op, maar huiveringwekkende Harry liet zich niet van de wijs brengen en spande een venijnige valstrik. Toen Polgar daar met haar 34e zet (Txb2??) intrapte (Txe6! was daar aangewezen) bood hij moedig remise aan, hetgeen zijn tegenstandster na overleg met haar teamleider dankbaar aanvaardde. Fantastische prestatie Harry! Zie de zenuwslopende partij hieronder.
Zo vond de match een alleszins bevredigend einde. Dat er enkele partijen verloren gingen was niet verwonderlijk gezien het hoge niveau van onze tegenstanders. Maar onze spelers wisten hun verlies allen tot slechts één punt verschil te beperken. En Harry ontfutselde zijn opponente zelfs een half punt. Op naar het kampioenschap!
Rob Teunisse



