Je maintiendrai
DSG1- SGZ2
Na de promotie van vorig jaar hadden wij van het SOS2-team het doel om ons in competitie 2B te handhaven en daarom trokken wij met de wapenspreuk van Oranje-Nassau en in de geest van de helden uit de 80-jarige oorlog op naar Veenendaal waar ons de slotronde wachtte. We moesten de strijd aanbinden met het ijzersterke Doesburg, één van de titelpretendenten. Het ratingverschil was zodanig dat er geen reële winstkansen waren, maar enige bordpunten zouden ons behoud kunnen zijn. We traden aan in onze sterkste opstelling met Jan (alias “Kenau van Hasselaer”), Martijn (alias “Willem Lumey”), Lútsen (alias “graaf van Egmont”), Rob (alias “Piet Hein”), Gerrit (alias “Jan van Speijk”) en Marinus (alias “Willem van Oranje”).
Willem van Oranje
Niets vermoedend begon Marinus aan zijn partij tegen een vriendelijk ogende opponent, die echter niet minder snode plannen had dan ooit Balthazar Gerards, de moordenaar van onze vader des vaderlands . Marinus werd verschrikkelijk in de luren gelegd. Reeds na amper 20 zetten kon hij niet meer aan het noodlot ontsnappen. Men hoorde hem nog zachtjes prevelen: “Mon dieu ayez pitie de mon ame et de ce pauvre équipe.”. Daarna gaf hij op en moesten wij doorvechten zonder onze held, die tijdens alle eerdere wedstrijden ongeslagen was gebleven aan het eerste bord.
Graaf van Egmont
Lútsen kon op de vastgestelde tijd niet beginnen aan zijn partij omdat zijn tegenstander niet was komen opdagen. Zijn teamleider kon deze ook niet bereiken, zodat Lútsen er vanuit ging dat hij waarschijnlijk helemaal niet zou komen. Hij hing daarom maar wat rond en keek bij de andere partijen. Na een kwartier verscheen zijn opponent toch ten tonele, maar Lútsen had in de tussentijd zijn concentratie verloren, vond die niet meer terug en zijn einde was weldra daar. Het verging hem zoals in 1568 de graaf van Egmont, die de hertog van Alva nederig verzocht om mildheid jegens de Nederlanders, maar eerst beledigd werd met de betiteling “bedelaar” en vervolgens onthoofd op de Grote Markt van Brussel. Zijn offer was echter niet vergeefs, want het luidde het begin van de onafhankelijkheidsstrijd in. Hoe zou het offer van Lútsen uitpakken?

Jan van Speijk
Gerrit speelde de eerste 20 zetten prima, maar verloor met zijn 21e zet een pion. Daardoor ontzet blunderde hij vervolgens zodanig dat schaakmat niet meer te voorkomen was. In plaats van dat af te wachten hield hij de eer aan zichzelf en gaf op, zoals Jan van Speijk ooit besloot om zich, in plaats van zijn schip te laten innemen door de vijand, met de kreet “dan liever de lucht in” met schip en al in de lucht te blazen.
NB Op de kritiek van een kniesoor, dat Jan van Speijk ten tijde van de 80-jarige oorlog nog niet eens geboren was, wil ik reageren met een oude Harderwijker visserswijsheid: “As ie so nauw kiek’n kan ie mit Garrit nait voar’n.”.
Piet Hein
Schrijver dezes (Rob) bracht voor de verandering het London systeem op het bord. Met voorzichtig spel, wachtend op een foutje, probeerde mijn opponent zijn met zilveren matten beladen galjoen veilig naar de thuishaven te loodsen. Hij kwam echter al snel in het nauw, werd geënterd, moest één appeltje van oranje (pion) afstaan, vervolgens een tweede. Toen hij zag dat ook een derde appeltje verloren zou gaan, met onverminderd bulderende kanonnen van het piratenschip in de richting van zijn koning, besloot el capitan te resigneren. Zo werd de zilvervloot gewonnen, althans het eerste puntje voor ons team. Zie partij.

Kenau Simons Hasselaer
Jan was verheugd met zwart nu eindelijk eens de Siciliaanse opening te kunnen spelen. Dat wit er met C3 op de tweede zet een Alapin van maakte was dan weer een beetje een domper. Onvervaard startte Jan moedige acties op de damevleugel, maar dat liep niet zoals gewenst en hij werd terug gedwongen tot diep in zijn helft van het bord. Er volgde een langdurige belegering van zijn veste, maar Jan verdedigde zich onversaagd en met heldenmoed, zoals ooit in 1572 Kenau Simons Hasselaer de stadsmuren van Haarlem verdedigde tegen de Spanjaarden. Het feministisch verzet van onze Jan bleef niet onbeloond. Zijn moegestreden tegenstander bood hem uiteindelijk remise aan, hetgeen Jan wijselijk en met uitgestoken handen aanvaardde. Een half puntje erbij voor ons team!
Willem Lumey
Martijn speelde, zoals altijd, een woeste partij, geheel in de stijl van Willem Lumey, de beroemde watergeus. Met nietsontziend aanvallend spel bracht hij zijn tegenstander meerdere malen aan de rand van de nederlaag, maar uiteindelijk ontsnapte die naar een eindspel met voor hem twee paarden tegen een toren van Martijn. Na nog wat “gesmurrie” (zoals Martijn het noemde) tekenden de twee bersekers de vrede. Zie partij.
Daarmee waren twee bordpunten binnen en het gevaar van degradatie afgewend. We eindigden ex aequo met Twello op de vijfde plaats en konden ons in het turbulente nachtleven van Veenendaal storten. We hebben dit seizoen met ons team een bewogen en avontuurlijke tijd beleefd. Dank aan Gerrit en Lútsen die ons met hun automobielen door woeste gronden veilig naar onherbergzame streken ver buiten het beschaafde Gelderland hebben gebracht. Nu gaan wij op onze welverdiende lauweren rusten in de milde Zutphense zomer. Tot september!
Rob Teunisse



